Jogging
Een jogging is de meest open loop die er is. Iedereen mag meedoen: je hoeft geen lid te zijn van een club en je hebt geen licentie nodig. Meestal kies je uit een korte afstand, zoals 5 km, en een langere, zoals 10 km. Vaak is er ook een kinderloop.
Een jogging wordt dikwijls georganiseerd door een sportclub, een school of een vereniging uit het dorp, en het parcours loopt door de straten en paden in de buurt. Je loopt mee voor je plezier, of om je eigen tijd te verbeteren.
Stratenloop
Een stratenloop gaat over verharde wegen door een dorp of een stad, vaak in een paar rondes. Dat maakt het parcours vlak en snel, en er staat publiek langs de kant. Soms hoort een stratenloop bij een kermis of een jaarmarkt.
Wil je een persoonlijk record lopen op 5 of 10 km, dan is een stratenloop een goede keuze.
Veldloop
Een veldloop, of cross, gaat over gras, modder en zand, met bochten en soms een korte helling. Het seizoen loopt in de herfst en de winter. De afstanden zijn korter dan op de weg, maar je loopt trager en het is zwaarder voor je benen.
Is het parcours drassig, dan zijn schoenen met meer profiel geen overbodige luxe. Kijk bij de organisator of spikes toegelaten zijn.
Trail
Een trail gaat over onverharde paden, door bossen en over heide en heuvels. De afstanden lopen sterk uiteen, van een korte trail van een uur tot tochten van een hele dag. Kijk bij een trail ook naar de hoogtemeters en de ondergrond: 15 km in de Vlaamse Ardennen vraagt meer tijd dan 15 km op een vlakke weg.
Bij een langere trail vraagt de organisator soms dat je water en een gsm meeneemt. Dat staat bij de praktische info van het event.
Welke afstand kies je?
- 5 km is een goede eerste afstand als je een halfuur kan lopen zonder te stoppen.
- 10 km is de klassieker voor wie al een tijd loopt.
- 21,1 km is een halve marathon, 42,195 km een marathon. Daar train je maanden voor.
Twijfel je, kies dan de kortere afstand. Hoe je je op een eerste loop voorbereidt, lees je in Je eerste jogging.